Huishoudelijk reglement

Hoofdstuk 1

Artikel 1

Elk (jeugd)lid heeft het recht van introductie. Iemand kan maximaal 3x per jaar worden geïntroduceerd. Het bestuur is bevoegd bepaalde personen introductie te weigeren. Royering sluit introductie geheel uit. Iemand die als lid geweigerd is, mag niet geïntroduceerd worden.

Artikel 2

Ieder (jeugd)lid, dat iemand introduceert, is verplicht de introducé aan de bestuursleden en coaches voor te stellen, indien deze op het botenhuis aanwezig zijn.

Hoofdstuk 2: Geldmiddelen

Artikel 3

De contributie wordt vastgesteld in een leden vergadering, evenals wijzigingen hierop. In de contributie is begrepen een bijdrage schadeverzekering, de contributie van de K.N.R.B. en de N.O.R.B. Ereleden zijn geen contributie verschuldigd.

Artikel 4

De contributie wordt één (1) maal per jaar geïnd in januari. Indien men overgaat tot automatische betaling kan in vier gelijke delen worden betaald op 1 januari, 1 april, 1 juli, 1 oktober. Bij de aanvang van het lidmaatschap betaald men contributie over het verenigingsjaar vanaf de eerste van de maand waarin men lid wordt, verhoogd met het inschrijfgeld. Bij beëindiging van het lidmaatschap blijft echter de contributie verschuldigd over het gehele verenigingsjaar. De contributie voor meerdere leden per gezin bedraagt vanaf het tweede lid 75% van de voor hem gelden contributie.

Artikel 5

De contributie, met inbegrip van de verplichte bijdragen, is na 1 januari terstond opeisbaar. Indien zij niet vóór 1 maart is voldaan, wordt een kwitantie aangeboden, verhoogd met inningskosten. Als hierna betaling uitblijft, heeft het bestuur het recht om tot gerechtelijke vordering over te gaan, onverminderd de bevoegdheid het betrokken lid te schorsen, totdat deze aan zijn verplichtingen heeft voldaan. Hij, die in de loop van het verenigingsjaar (jeugd)lid wordt, is verplicht de contributie e.a. op de eerste uitnodiging van de penningmeester te voldoen. Indien hieraan geen gevolg wordt gegeven, wordt een kwitantie aangeboden, verhoogd met inningskosten. Inmiddels blijft het bestuur bij niet tijdige betaling van contributie e.a. bevoegd het betrokken (jeugd)lid tevens de toegang tot het clubgebouw te ontzeggen. Mocht één maand vóór het einde van het verenigingsjaar de schuldenaar nog niet hebben betaald, dan kan het bestuur voorstellen hem te royeren.

Artikel 6

Het toebrengen van schade aan het materiaal wordt beboet.

Hoofdstuk 3: Materiaal

Artikel 7

Het bestuur bepaalt het kostuum, dat door de wedstrijdploegen in de boten wordt gedragen.

Artikel 8

Het bestuur regelt het gebruik der vaartuigen.

Artikel 9

Vóór of direct na het gebruik van een boot is een lid van de bemanning verplicht deze in het inschrijfboek in te schrijven met de namen van de roeiers, stuurman en eventuele passagiers, datum en uur van vertrek en aankomst en eventuele bijzonderheden aangaande het gebruikte materiaal.

Artikel 10

Het bestuur heeft het recht een (jeugd)lid het gebruik van bepaalde boten of de toegang tot het botenhuis op gegronde redenen voor zekere tijd te ontzeggen. Deze ontzegging moet tegenover het (jeugd)lid gemotiveerd worden. Voorlopige schorsing kan geschieden door 2 bestuursleden. Binnen 14 dagen moet door het bestuur definitief over de schorsing worden beslist.

Artikel 11

Alle schade, aan de bezittingen der vereniging ontstaan, zal door degene die haar veroorzaakt heeft, na door het bestuur bezorgde reparatie aan de penningmeester worden vergoed. De stuurman is verantwoordelijk voor alle schade in een boot door de roeiers veroorzaakt. Deze zijn echter gehouden hem hun aandeel terstond te restitueren, bij gebreke waarvan het tekort door de vereniging wordt overgenomen en de schuldige(n) worden onderworpen aan de maatregelen bij Hoofstuk 2, art. 5 bepaald. Een uitzondering wordt gemaakt voor schade, ontstaan door gehele of gedeeltelijke overmacht, naar het oordeel van het bestuur, in welk geval gehele of gedeeltelijke kwijtschelding kan worden verleend.

Artikel 12

Ieder die schade aan de eigendommen der vereniging veroorzaakt of ontdekt, is gehouden dit onmiddellijk in het inschrijfboek te vermelden en zo mogelijk de commissaris van materiaal en/of het bestuur hiervan in kennis te stellen. Bevuiling of ontsieringen van het botenhuis zullen worden be- boet, eventuele kosten zullen op de dader(s) worden verhaald.

Artikel 13

Behoudens door het bestuur te maken uitzonderingen, zijn de leden die een boot gebruikt hebben, verplicht deze met toebehoren zelf (ook na een wedstrijd) op straffe van boete, onverminderd de daardoor ontstane kosten of schade op de daarvoor aangewezen plaats terug te bezorgen.

Artikel 14

Het bestuur is verplicht te zorgen, dat op het botenhuis aanwezig zijn: Inschrijfboek voor boten, ledenlijst, vaarreglementen, huishoudelijke reglementen, roeireglement.

Hoofdstuk 4: Wedstrijden, Prijzen en Premieën

Artikel 15

Het bestuur beslist over het uitzenden van ploegen naar wedstrijden in overleg met de coaches.

Artikel 16

De prijzen, door de leden behaald (behalve de persoonlijke) worden eigendom van de vereniging. Medailles en voorwerpen van waarde worden bewaard op een door het bestuur aan te wijzen plaats.

Hoofdstuk 5: Het bestuur

Artikel 17

Het bestuur wordt uit de leden door de A.V. bij meerderheid van stemmen benoemd. In de oproeping tot de A.V. stelt het bestuur voor elke vacature tenminste 1 kandidaat.

Artikel 18

Minimaal 5 stemgerechtigde leden hebben het recht tenminste 24 uur voor aanvang van de vergadering voor elke te vervullen functie één kandidaat schriftelijk in te dienen bij de secretaris, vergezeld gaande van een bereidverklaring van de kandidaat.

Hoofdstuk 6: Slotbepalingen

Artikel 19

In alle gevallen waarin dit reglement niet voorziet of waarin twijfel bestaat omtrent zijn uitlegging, beslist het bestuur, behoudens zijn verantwoording tegenover de ledenvergadering.

Artikel 20

Ieder lid wordt geacht met dit reglement en de Statuten bekend te zijn.

Artikel 21

Waar in dit reglement sprake is van “hij” en “zijn” kan ook “zij” en “haar” gelezen worden.

Artikel 22

Tegen een opgelegde boete of veroordeling tot schadevergoeding kan binnen 14 dagen nadat deze is opgelegd, bij het bestuur gereclameerd worden, met schriftelijke opgave van de vermeende bezwaren, aan de secretaris. Het bestuur beslist, na zonodig de partijen gehoord te hebben, binnen 14 dagen over de al of niet geldigheid. Er bestaat een beroep op de L.V.. Bevestigt deze het oordeel van get bestuur, dan is de zaak beslist. In het tegengestelde geval wordt een arbitragecommissie benoemd, bestaande uit drie (3) leden, waarvan één aan te wijzen door het bestuur, één door de betrokkene en één door deze beide aangewezenen. Deze laatste behoeft geen lid van de vereniging te zijn. De uitspraak van de commissie is bindend.

Artikel 23

Tot wijziging van dit reglement kan alleen worden besloten in een daartoe belegde L.V., indien tenminste 2/3 der aanwezige stemgerechtigde leden zich daarvoor uitspreekt.